Netwerkbijeenkomst BRENG 03-10-2018

03 oktober 2018

Dit jaar was het thema van de jaarlijkse netwerkbijeenkomst ‘Samen op weg naar maatwerk’. Naast een divers sprekerspanel uit het werkveld kreeg dit jaar ook de reiziger/gebruiker een podium in het mooie pand van Droom! in Elst. Na de ontvangst met een kop koffie en heerlijke appeltaart was het tijd voor een inspirerende middag vol bevlogen presentaties en interessante gesprekken.

Na een kort maar hartelijk welkom door dagvoorzitter Herman Opmeer was het woord aan de heer Juul van Hout, stuurgroep lid van Breng Kenniscentrum en directeur Hermes. Zijn belangrijkste boodschap: Zorg ervoor dat verschillende OV-systemen elkaar niet onnodig overlappen en maak vervoer waar nodig passend en efficiënter. Een boodschap waar veel aanwezigen zich in konden vinden.

Hierna was het de beurt aan de Co-Director Smart Public Transport Lab van TU Delft: Niels van Oort. Centraal in zijn presentatie was het toenemend belang van een bredere kijk op Openbaar Vervoer als onderdeel van het mobiliteitsveld waar voertuigen als fietsen en deelauto’s een steeds prominentere rol in gaan spelen. De wens om al deze faciliteiten binnen één platform aan te bieden wordt steeds nadrukkelijker aldus van Oort, vandaar het ontstaan van Mobility-as-a-Service (MaaS). Van Oort benadrukt dat een groot deel van toekomstige MaaS-gebruikers waarschijnlijk huidige OV-gebruikers zullen zijn. Zij behoren tot een groep die openstaat voor gebruik van en switchen tussen meerdere mobiliteitsvormen. Om deze effecten beter te voorspellen is het volgens Van Oort nodig om onderscheid te maken in persona’s en deze verder uit te diepen. Van Oort maakt onderscheid in 4 groepen mensen: 1) een groep die groot belang blijft hechten aan eigen bezit, 2) de kostenbewuste OV-liefhebber (sharing is caring), 3) de techgeeks (early adopters), en 4) de Laggards (een groep die over het algemeen niet op verandering zit te wachten). Vanuit de zaal volgt nog een aanvullende suggestie: ‘de mindervalide’. De wereld van mobiliteit wordt door deze groep immers beleefd vanuit een heel andere dimensie en zou dus een aparte onderzoeksgroep kunnen vormen.

Na de wetenschappelijke invalshoek vanuit de TU Delft mochten Arwina de Boer (Programmamanager Vernieuwing OV Provincie Brabant) en Dorothe Wennekendonk (Manager Commercie Regio Oost Connexxion) de ontwikkelingen in Brabant toelichten. De Boer licht de uitdagingen toe die er tegenwoordig zijn bij het inrichten van een concessie van de toekomst. Waarin het belangrijk is ruimte te geven voor innovatie. Helaas startte het filmpje zonder geluid. Hier kunt u het filmpje terugkijken.

Volgens De Boer is het van belang om mobiliteit breder te zien dan OV, en dat er ook naar overlap met andere beleidsterreinen gekeken moet worden, zoals het sociaal domein, economie en duurzaamheid. Binnen de mobiliteitsvisie van Brabant worden 3 pijlers onderscheiden waaronder mobiliteit wordt ingericht: Direct (hoogfrequente lijnen van hub naar hub) , Flex (individuen van locatie naar locatie, incl, doelgroepen) en Samen (deel- en meerijdsystemen) Omdat Brabant al behoorlijk aan de weg timmert op het gebied van doelgroepenvervoer als maatwerk valt hier voor andere vervoerders veel kennis te halen. Dit bleek ook uit de presentatie, waar verschillende projecten en pilots werden aangedragen die in Brabant al succesvol worden uitgevoerd, vaak met veelbelovende resultaten. Meer hierover is te vinden op www.brabant.nl/vernieuwingov

Aan de hand van resultaten van recent marktonderzoek gaat Dorothe Wennekendonk dieper in op Bravo flex, dat sinds vorig jaar gestart is in Helmond en op het punt van beginnen staat in Eindhoven-Zuid.

Johan Kruithof, de voorzitter van ROCOV Gelderland was de volgende spreker. Kruithof benadrukt dat er veel verschillende beleidsnamen en labels op verschillende soorten mobiliteit geplakt worden. Daarin sluipt soms het gevaar dat we door het jargon niet meer zien waar het om gaat: voor de reiziger is alles gewoon mobiliteit. Of het nu basismobiliteit of andere mobiliteit heet, dat mag niet zoveel uitmaken. Het gaat om goede mobiliteit voor iedereen, het is immers een belangrijke maatschappelijke voorziening. Vervolgens geeft Kruithof aan dat er maar liefst 2,5 miljoen mensen laaggeletterd zijn in Nederland, een groep die eveneens niet vergeten mag worden.

Kruithof sluit af met de oproep vanuit ROCOV aan de verschillende partijen in de zaal: Maak gebruik van de expertise binnen ROCOV en verlies bij de inrichting van het OV de verschillende specifieke groepen niet uit het oog.

Tot slot was het aan Klaas-Jan Gräfe (Strategisch beleidsadviseur Ruimtelijke Ontwikkeling & Mobiliteit) om de gemeente Nijmegen te representeren. Het toegankelijk maken van het OV kwam aan bod, evenals de ervaringen die Nijmegen heeft opgedaan met het verstrekken van busabonnementen voor speciale doelgroepen. Nijmegen heeft ervaring opgedaan met een speciaal WMO-abonnement, waarmee WMO’ers makkelijk gebruik konden maken van de bus. Gräfe gaat in op de ervaringen van gebruikers. Opvallend daarin is o.a. dat de helft van de gebruikers van het WMO-abonnement het als een verbetering ervaart ten opzichte van het oude persoonsgebonden budget en dat 15,7% het als een verslechtering ziet. Er blijft een vrij kleine groep over die aangepast vervoer nodig heeft. De meerderheid heeft de overstap naar regulier OV succesvol gemaakt, en/of geeft aan daar in ieder geval voldoende aan te hebben.

Na een kleine pauze in de ontvangstruimte waar men onder genot van een hapje en drankje de presentaties kon nabespreken was het tijd voor het tweede deel van de middag. Het woord was aan de gebruikers van diverse systemen binnen de mobiliteitsketen; reizigers die baat hebben bij vervoer op maat: de senioren. Mevrouw van Schaik, mevrouw Pullens en mevrouw Spork deelden hun ervaringen met het openbaar vervoer en Breng flex. De algemene indruk was positief. Een belangrijk punt van aandacht volgens de dames was het aantal chauffeurs/ritten dat beschikbaar was. Dit liet, met name de afgelopen tijd, wel eens te wensen over. Mevrouw Pullens ontdekte Breng flex via haar kleinkinderen en is zeer te spreken over het systeem. Het scheelt een hoop tijd op bepaalde verbindingen. Mevrouw Van Schaik (93 jaar) woont aan de rand van het Breng flex gebied, en heeft inmiddels een geschiedenis vol (bureaucratische) hindernissen opgebouwd. Haar ervaringen spreken boekdelen. Er is nog veel voor verbetering vatbaar. Mevrouw Spork geeft aan vanwege een blessure tijdelijk geen auto te kunnen rijden, en dan is Breng flex een uitkomst. Als het systeem werkt zoals het hoort te werken uiteraard. Ondanks de technische gebreken wordt de essentie van het systeem wel hoog gewaardeerd als vervoermogelijkheid. Er is dus nog werk aan de winkel!

Hierna gingen de aanwezigen aan de slag met een groepsopdracht: men ging met elkaar het gesprek aan om drie concrete acties te benoemen om voor maatwerk in de nieuwe concessie mogelijk te maken en om onderzoeksvragen voor het Breng Kenniscentrum te formuleren. Na een halfuur te hebben overlegd werden de opgedane inzichten gedeeld met de andere aanwezigen. Een aantal voorbeelden van belangrijke vragen: ‘Hoe integreer je Breng flex succesvol in het reguliere OV?, ‘Worden toeristen betrokken bij het gebruik van Breng flex?’ en ‘Hoe zorg je dat ambtenaren op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op het gebied van OV, zodat het ook aan de keukentafel mogelijk wordt om echt maatwerk te leveren’. Andere vragen aangaande de (toekomstige) vervoersconcessie waren; ‘Hoe ziet de toekomst van Breng flex eruit in de nieuwe concessie’? Het zijn nu eilandjes waar Breng flex rijdt (Arnhem, Nijmegen, Mook) en ‘hoe krijgt Breng flex een plek in de totale concessie om zo van die eilandjes af te komen’? ‘Op dit moment is de studentenkaart niet geldig in Breng flex. Afhankelijk van het soort kaart en het moment van reizen betaalt een student ofwel niets danwel het reductietarief. Wat moet er gebeuren om de studentenkaart door te vertalen naar Breng flex zodat deze ook daar geldig wordt?

‘Naast het reguliere OV rijdt er Breng flex en AVAN. Na de pauze met de reizigers hebben we gehoord dat aanvragen voor vervoer soms niet gehonoreerd kunnen worden omdat er geen chauffeur beschikbaar is. Terwijl er op dat moment misschien wel een AVAN voertuig in de buurt is waar nog capaciteit in over is. ‘Hoe kunnen we al deze vervoersvormen integreren en een rol geven in het totale OV netwerk’? Deze vraag zou tevens een kennisvraag kunnen zijn; een studie vooraf met aanbevelingen voor de concessieverlener hoe dit vorm te geven in de nieuwe concessie. Maar ook; ‘in het verleden zijn er experimenten geweest met ketenmobiliteit. MaaS is ketenmobiliteit 2.0; wat is er nu nodig om MaaS daadwerkelijk te gaan uitvoeren en het uit de experimenteerfase te krijgen’?

De navolgende kennisvragen voor Breng Kenniscentrum kwamen aan de orde.

  1. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ook mensen met een beperking (slechtziend, slechthorend, laaggeletterd etc.) op een makkelijke en begrijpelijke wijze informatie over verschillende vervoersystemen, haltes en dienstregeling tot zich kunnen nemen’. ‘Wat is daarvoor nodig en hoe kunnen we e.e.a. vormgeven’?
  2. Wat is er voor nodig om financieringsstromen en budgetten te ontschotten bij diverse instanties (gemeenten, provincie) om integratie van vervoerssystemen en het gebruik van deze systemen voor iedereen mogelijk te maken. Hoe pakken we dat regionaal goed en adequaat aan’?

Al met al zeer waardevolle input om mee aan de slag te gaan. De stuurgroep van Breng Kenniscentrum gaat met deze (onderzoeks)vragen aan de slag en zal daar zeker een volgende netwerkbijeenkomst over terug rapporteren.

Na een succesvolle middag vol kennismakingen, inzichten en verhalen was er nog ruimte voor een afsluitende borrel waarna men voldaan het mooie Elst achter zich kon laten. Namens de organisatie bedanken wij iedereen voor hun aanwezigheid en de waardevolle bijdrage aan deze leerzame middag.

 

Tags:

Delen:

Facebook Twitter Linkedin Email Pinterest